Blogreeks: Koolhydraten in kattenvoeding

Kat met koolhydraten

Blog 4 – koolhydraten
Wat gebeurt er in het lichaam van een kat wanneer ze koolhydraten eet?

In de vorige blogs hebben we gekeken wat koolhydraten zijn en waarom ze in kattenvoeding voorkomen. In deze blog kijken we naar wat er in het lichaam van een kat gebeurt wanneer ze koolhydraten binnenkrijgt.
De vertering begint niet in de mond
Bij mensen begint de vertering van koolhydraten al in de mond. In speeksel zit namelijk een enzym dat zetmeel kan afbreken.
Bij katten is dat anders. Katten hebben geen enzym in hun speeksel dat koolhydraten afbreekt. Daardoor begint de vertering van koolhydraten niet in de mond, maar pas later in het spijsverteringsproces.
 
In de maag gebeurt nog weinig
In de maag wordt voedsel vooral gemengd en voorbereid voor de volgende stap in de spijsvertering. De maag van een kat is erg zuur, omdat deze vooral bedoeld is voor het verteren van eiwitten uit vlees.
Door deze sterke zuurgraad worden koolhydraten in de maag nog niet echt afgebroken.
 
De dunne darm doet het meeste werk
De echte vertering van koolhydraten gebeurt in de dunne darm.
Daar komen enzymen vrij uit de alvleesklier. Deze enzymen breken zetmeel uit voeding stap voor stap af tot kleinere suikers en uiteindelijk tot glucose.
Glucose is een eenvoudige vorm van suiker die door het lichaam kan worden opgenomen.
 
Opname van glucose
De glucose die ontstaat uit koolhydraten wordt in de dunne darm opgenomen in het bloed. Vanuit daar wordt deze naar de lever vervoerd.
In het lichaam kan glucose verschillende functies hebben. Het kan bijvoorbeeld worden gebruikt als energiebron voor het brein, het zenuwstelsel en rode bloedcellen.
De rol van de alvleesklier en insuline
Wanneer glucose in het bloed komt, stijgt de bloedsuikerspiegel. Het hormoon insuline, dat wordt aangemaakt in de alvleesklier, helpt vervolgens om deze glucose vanuit het bloed de cellen in te brengen.
Daar kan de glucose worden gebruikt als energie.
 
Wat gebeurt er met glucose die niet meteen nodig is?
Als het lichaam op dat moment niet alle glucose nodig heeft, kan een deel tijdelijk worden opgeslagen in de lever en spieren.
Wanneer deze opslagplaatsen vol zijn, kan overtollige glucose worden omgezet in vet en worden opgeslagen in het lichaam.
Katten verwerken koolhydraten anders
Katten kunnen koolhydraten verteren, maar hun lichaam is hier minder goed op ingericht dan dat van sommige andere dieren. Katten produceren bijvoorbeeld minder enzymen voor de vertering van koolhydraten.
Daarnaast kunnen katten grotere hoeveelheden glucose minder efficiënt verwerken. Hierdoor kan de bloedsuiker bij katten langer verhoogd blijven wanneer ze veel koolhydraten eten.
 
Wat niet wordt verteerd
Niet alle koolhydraten worden volledig verteerd in de dunne darm. Wat overblijft komt in de dikke darm, waar darmbacteriën deze stoffen kunnen fermenteren. Hierbij ontstaan onder andere korte keten vetzuren die door de darmcellen gebruikt kunnen worden.
 
Wanneer een kat koolhydraten eet, worden deze vooral in de dunne darm afgebroken tot glucose. Deze glucose kan worden gebruikt als energie of tijdelijk worden opgeslagen in het lichaam.
Katten kunnen koolhydraten dus wel verwerken, maar hun lichaam is van nature vooral ingericht op het gebruik van eiwitten en vetten als belangrijkste energiebron.

gerelateerde artikelen