Blogreeks: Koolhydraten in kattenvoeding

Koolhydraten in kattenvoeding

Blog 2 – Suikers, zetmeel en vezels: dit zijn de koolhydraten in kattenvoer

In de vorige blog hebben we gekeken naar de vraag of katten eigenlijk koolhydraten nodig hebben. Daaruit bleek dat katten vooral energie halen uit eiwitten en vetten.

Het korte antwoord is dus: niet echt. Katten halen hun energie vooral uit eiwitten en vetten. Dat past ook bij hun natuur als echte vleeseters.

Toch ligt het verhaal iets genuanceerder. Het lichaam van een kat heeft namelijk wel glucose nodig, een soort brandstof voor bepaalde cellen in het lichaam. Alleen hoeven katten die glucose niet per se uit koolhydraten te halen. Hun lichaam kan dit namelijk zelf maken uit eiwitten.

Daarom kunnen katten prima leven op een voeding met weinig koolhydraten.

Dat betekent niet dat elke koolhydraat meteen slecht is. Kleine hoeveelheden in voeding kunnen katten meestal wel verwerken. Het probleem ontstaat vooral wanneer er veel koolhydraten in voeding zitten. Het lichaam van een kat is daar namelijk minder goed op ingericht dan bijvoorbeeld dat van mensen of honden.

Je kunt het een beetje vergelijken met een machine die vooral gemaakt is om vlees te verwerken. Een klein beetje iets anders kan best, maar als het teveel wordt, raakt de balans zoek.

Daarom kijken we bij kattenvoeding vaak niet alleen of er koolhydraten in zitten, maar vooral hoeveel.

Wat veel katteneigenaren niet weten, is dat niet elke koolhydraat hetzelfde is. In kattenvoeding komen vooral drie soorten voor: suikers, zetmeel en vezels. Deze hebben allemaal een andere rol in het lichaam van de kat.

Suikers
Suikers zijn de kleinste vorm van koolhydraten. Het lichaam kan deze snel opnemen en gebruiken als energie. In kattenvoeding worden meestal geen grote hoeveelheden suiker toegevoegd, maar ze kunnen wel ontstaan wanneer andere koolhydraten tijdens de vertering worden afgebroken.

Zetmeel
Zetmeel komt vaak voor in ingrediënten zoals rijst, aardappel, maïs, tapioca of erwten. Dit type koolhydraat moet eerst worden afgebroken voordat het lichaam het kan gebruiken als energie.

Vooral in brokvoeding wordt zetmeel gebruikt. Het is namelijk nodig om de brok stevig te maken tijdens het productieproces. Zonder zetmeel zou een brok uit elkaar vallen.

Vezels
Vezels zijn ook een vorm van koolhydraten, maar deze worden niet volledig verteerd. Ze spelen vooral een rol in de darmwerking en de stoelgang.

Sommige vezels kunnen zelfs dienen als voeding voor goede darmbacteriën.

Op een etiket kun je vezels bijvoorbeeld tegenkomen als bietenpulp, psyllium of plantaardige vezels.

Wat belangrijk is om te onthouden, is dat de soort en de hoeveelheid koolhydraten een groot verschil maken. Kleine hoeveelheden kunnen een functie hebben in voeding, maar een voeding die voor een groot deel uit koolhydraten bestaat past minder goed bij de natuurlijke voeding van de kat.

In de volgende blog uit deze reeks ga ik uitleggen hoe je op een verpakking kunt herkennen waar de koolhydraten in kattenvoer vandaan komen. Zo kun je als eigenaar beter begrijpen wat er daadwerkelijk in de voeding van je kat zit.

gerelateerde artikelen